zondag 27 maart 2011

Sunshine


Vandaag ben ik toch weer even bij het uiltje gaan kijken. Deze keer had het bosuiltje een bijzonder fraaie plek in het zonnetje uitgekozen. Door de gele omkadering oogt het geheel nog zonniger. Kijk eens hoe tevreden het donsje zich tussen de gele bloesem heeft genesteld. (Speciale dank aan Leo voor de tip).

zaterdag 26 maart 2011

Dorpsuil


De bosuil (Strix aluco) is al lang niet meer een pure bosvogel. Al jaren hoor ik, vooral 's avonds, de bosuil in het dorp roepen. Verrassend dicht tegen de bebouwing aan staan enkele bomen waarvan de bosuil er eentje uit heeft gekozen. Als je het niet zou weten loop je er zo langs, zo goed werkt zijn schutkleur.

En toen kwam er een kleine verrassing achteraan. Tegen de avond besloot ik met de hond een wandeling te maken richting de bosuil. Gewoon FF checken of de uil er nog zat. Tot mijn verbazing zag ik een tiental personen op de weg staan bij de lokatie van de bosuil. Die stonden er niet alleen vanwege de volwassen bosuil maar zeker ook vanwege de takkeling die in de struiken zat. Een tijdje lang heb ik staan kijken naar het uiltje. Voor het nemen van een foto vond ik het toch te donker. Maar ja het fotografiebloed begon steeds harder te kriebelen en zo stond ik even later toch bij het uiltje voor een foto. De sluitertijd was al behoorlijk lang. 2 1/2 seconde lang heb ik moeten belichten. Ik hoopte erop dat het jonge bosuiltje roerloos bleef zitten. Onderstaande foto is het beste wat er van te maken viel. Die wilde ik toch graag toevoegen aan de waarneming.

vrijdag 25 maart 2011

Tepiet Tepiet Tepiet


Ze blijven leuk die scholeksters (Haematopus ostralegus). Zwart-wit met dat opvallende rode oog en dito snavel. Een jonge scholekster begint trouwens met zwarte ogen en een zwarte punt op de snavel. Leuk weetje is dat jonge scholeksters uit een nest altijd even oud zijn. Na het verlaten van het nest leven jonge scholeksters tot wel vier jaar in groepen voordat ze tot broeden komen.
Bij groepen scholeksters valt het op dat ze altijd allemaal dezelfde kant op kijken. Tientallen of honderden scholekstersnavels die allemaal een en dezelfde kant op wijzen. In de binnenlanden zal je dergelijke groepen niet zo snel aantreffen. Dan moeten we het doen met enkele paartjes die je in de landelijke gebieden tegenkomt. Er schijnt een verschil te zitten tussen de inlandse en kustvogels. De snavel van de scholeksters aan de kust zijn iets platter waardoor ze beter de kokkels kunnen openen, terwijl de inlandse scholeksters een meer puntige snavel hebben om optimaal in het weiland te prikken naar voedsel. En dat kunnen ze goed. Tot aan de snavelbasis verdwijnt de snavel in de grond. Schelpen openwrikken hoeft niet als je tussen de koeienflatsen rondtrippelt. Het is een van vele waadvogels die bij benadering doen alsof ze een verlamde vleugel hebben. Daarmee geven ze de predator de indruk dat ze een makkelijke prooi zijn. Het is echter een afleidingsmanoeuvre om het gevaar van het nest weg te leiden. Een redelijk nieuwe ontwikkeling is dat er ook al scholeksters op platte daken broeden in stedelijke gebieden. Daar boven zijn ze veilig voor predatoren terwijl ze voor voedsel afdalen naar de grasveldjes in de stad.

donderdag 24 maart 2011

Pestvogels in Laarbeek


Het is deze week prijs. Niet alleen is het weer al enkele dagen prachtig, zes pestvogels blijven al een week zitten in de buurt van hun favoriete besjes. Soms laten ze hun ringeltje horen wat me een beetje doet denken aan een subtiele enigzins flauwer klinkende pimpelmees. Ik weet even geen betere manier om het geluid te beschrijven voor iemand die het nog nooit eerder hoorde. Zoals ik al zei klinkt het subtiel en daarom draagt het geluid ook niet zo ver. De Pestvogel dankt zijn naam aan het feit dat in vroegere tijden de komst van de pest vaak samenviel met de invasie van deze prachtige vogel. In het engels heeft de vogel een fraaiere naam die hem beter past; Bohemian waxwing. De term bohemian is afgeleid van het zwervende bestaan dat deze vogel, vooral in de winter, leidt. Waxwing duidt op de rode kleur in de vleugels die lijkt op de rode was van zegellak.
Volgens sommige bronnen verwijst Bohemian naar een schilderij uit de streek Bohemen in Tsjechie. Op een Boheems schilderij uit de 14e eeuw staat de Madonna en het kindje Jezus met een pestvogel in zijn hand afgebeeld.
De wetenschappelijke benaming is "Bombycilla garrulus". In diverse landen hebben deze, tot de verbeelding sprekende, vogels allerlei aparte namen gekregen waaraan weer interessante anekdotes zijn gekoppeld. De liefhebber moet maar eens rondpluizen op internet.

Nadat de pestvogels de bessen in onze contreien weer grotendeels geplunderd hebben vertrekken ze weer naar het hoge noorden van scandinavie en siberie. Daar broeden ze in de naaldbossen van scandinavie of de taigabossen van siberie. Hun dieet bestaat dan o.a. uit insecten.
Pestvogels zijn monogaam. Een paartje zal jaarlijks een of twee legsel van ongeveer 5 eieren grootbrengen. Het vrouwtje zal dan in zo'n 2 weken de eieren uitbroeden in mei. Wanneer de kleintjes dan eindelijk uit het ei zijn gekropen zorgen beide ouders voor de jonge pestvogeltjes totdat ze na 2 a 3 weken klaar zijn om het nest te verlaten.


zondag 20 maart 2011

Smurfen in de Peel

Met het prachtigste weer van de wereld ben ik vandaag naar de Groote Peel gereden om de heidekikker te kunnen zien en misschien wel de blauwborst mee te pikken. Toevallig speelt de kleur blauw een grote rol bij deze soorten.
Op de weilanden er naar toe zit een haas in het witte landschap dat door een nachtvorstje is ontstaan.


Kwaken hoor ik wel bij de kijkhut maar zien doe ik geen enkel kikkertje. Misschien is het ook wel te koud want het heeft gevroren en er ligt ijs op de ondiepe plasjes.
Midden op het water heeft meneer kuifeend nogal interesse in mevrouw kuifeend. Nog maar net kan ze haar kop boven water houden.


Geen heidekikker? Dan maar verder lopen of ik ergens anders meer geluk heb. Opvallend zijn de grote groepen sijzen in de Peel die je overal tegenkomt. Het lijkt wel een plaag. Als ze druk doende zijn in boom is het mogelijk om ze te benaderen. Meestal zitten ze in de berkenbomen maar hier en daar ook in de dennen.



Een enkele Blauwborst kom ik tegen maar zit wel te ver in het afgesloten gebied om te kunnen fotograferen. De tjiftjaf is terug en laat dat vanuit de top van een berk horen. In de vroege uurtjes kom je bijna niemand tegen maar tegen tienen is het toch echt te druk aan het worden. Ik besluit nog even naar de heidekikker te lopen die volgens wandelaars nu toch echt zichtbaar is bij de kijkhut. Inderdaad, pal voor de hut zitten tientallen blauwe heidekikkers die helaas alleen van boven zijn te fotograferen. Maar de hoofdsmurf zet ik toch even op de foto. Over een paar dagen is de blauwe kleur weer verdwenen. Volgend jaar proberen we het nog een keer.


Op het einde van de middag ga ik ook nog even pestvogeltjes kijken omdat er 6 in mijn eigen gemeente zijn waargenomen. Prachtig in het zonnetje pikken de pestvogels aan de bessen.


Aan een prachtige vogeldag is weer een eind gekomen.